Belevingsgerichte zorg

Ruim de helft van de bewoners in onze woonzorgcentra leidt aan één of andere vorm van dementie. Het omgaan met dementerende personen vraagt een specifieke aanpak. Een eerste vereiste om op een goede manier te kunnen omgaan met deze doelgroep, is een grondige kennis van het ziektebeeld en de belevingswereld van dementerende personen. Dan leren wij bijvoorbeeld dat dementerende personen vaak nog heel lang (langer dan we zouden vermoeden) betrokken blijven op het gebeuren. Dit is een belangrijk inzicht en zal onze omgang met hen drastisch beïnvloeden.

Personen met een vorm van dementie zijn in de eerste plaats onze medemensen. Op die manier willen wij hen ook benaderen. Het warm-menselijk aspect willen we hierbij niet uit het oog verliezen. Liefdevol respect staat als kernbegrip in onze opdrachtverklaring en is ook de kern in het omgaan met dementerende personen. Dementerende mensen zijn volwassen personen, met een eigen levensgeschiedenis, met eigen waarden en normen, die op latere leeftijd een ziektebeeld ontwikkelen. Wij benaderen hen dan ook als volwassenen. Het zijn volwaardige individuen, met mogelijkheden en kansen die optimaal benut moeten worden. Personen met een vorm van dementie kennen vele verliezen, maar het is onze taak te zoeken naar de resterende vaardigheden, kwaliteiten en interesses. In dit kader is het ook belangrijk de grenzen af te wegen tussen autonomie en zorg. Om de mogelijkheden optimaal te benutten, moeten we kijken naar de individuele behoeften van de bewoners. Immers, dé dementerende persoon bestaat niet! Ieder is uniek. Dit willen wij vertaald zien in een “zorg op maat”. Ook de levensloop van de bewoner kan ons hier vaak iets leren.

Om deze zorg op maat te bieden, zal overleg en communicatie met alle betrokkenen nodig zijn. Multidisciplinair overleg is zeker een must bij gedrags”problemen”. Let wel: het gedrag van een dementerende persoon is eigenlijk een normale reactie op een abnormale situatie! Gedrag lijkt ons dikwijls ‘lastig’ of ‘eigenaardig’, maar het is eerder ‘normaal’ dat dementerende personen op een andere manier reageren op bepaalde situaties, gezien de vele beperkingen op verschillende domeinen die de ziekte met zich meebrengt. Ook het aandeel van de hulpverlener bij gedragsmoeilijkheden mag niet worden onderschat.

Een vraag die we ons in de zorg voor dementerende personen telkens opnieuw moeten durven stellen is: “Hoe zou ik in die situatie willen benaderd worden?”. Onze manier van omgaan moet telkens aangepast zijn aan het ziektebeeld en de fase van dementie. Belevingsgericht werken geeft hierop een antwoord. Ook het aanbieden van een gestructureerd en veilig klimaat is een noodzaak.

Binnen de opvang van de dementerende bejaarde stellen we de belevingswereld centraal. We houden steeds voor ogen dat het dement gedrag een betekenis heeft en moet begrepen worden vanuit de actuele belevingswereld. Dit heeft een aantal consequenties naar de verzorging toe: alles is gericht op het bieden van comfort, op het welbevinden van de bewoner, zeer goed wetende dat dit tijdelijk is en we elke dag opnieuw moeten beginnen…

Daarnaast is het scheppen van een veilige en huiselijk leefklimaat ook primordiaal. Dit zijn geen grote acties of projecten, wel kleine gesprekken, veilige aanwezigheid of geruststellend lichamelijk contact.

Familie is hier ook een belangrijke partner in de zorg. We trachten met de familie een vertrouwensrelatie op te bouwen via correcte informatie, ondersteuning en intensieve samenwerking. We streven ernaar de kwaliteit van leven voor onze dementerende zorgvragers zo hoog mogelijk te houden, en dit willen wij onder meer bereiken door bovenstaande in praktijk om te zetten.

Onze woonzorgcentra werken met aandachtsbegeleiders. Door het principe van de aandachtsbegeleiding wordt vooral de “aandacht buiten de zorg” gestimuleerd, wat uiteindelijk onze hoofdbedoeling is in het streven naar een zorg zoveel mogelijk op maat van de bewoner.